Wagenaers

I. Guilliaem Wagenaers, geboren naar schatting ca. 1580, weduwnaar van Dordrecht, wonende te Dordrecht (1620), trouwde 1e NG Dordrecht 23 jan. 1605 Janneken Thomasdr. Boons, 2e NG Dordrecht 7/30 juni 1620 Maria van Lijsvelt, jonge dochter van Dordrecht, wonende te Dordrecht

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

ex 1:

a. Johannes Wagenaers, nov. 1605, volgt II

b. Maricken, nov. 1606

c. Tanneken Wagenaers in “de Drie Toebackmoeren”, nov. 1607, van Dordrecht (1626), trouwde NG Dordrecht 15 mrt. 1626 (ondertrouw, bescheid gegeven om in Spijkenisse te trouwen) Jacob Damisz. van der Poel, van Dordrecht (1626), kruidenier

13 dec. 1640: extract van het testament van Pieter Henckel, kruidenier en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Tanneken Wagenaer, eerst weduwe van Jacob Damisz. van der Poel, gepasseerd op 19 juni 1632. Zij hebben daarin de langstlevende van hen beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd, alsmede namens hem Niclaes van Houdaen kruidenier en namens haar Johannis Wagenaer, haar broer. (Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 143v)

d. Teunis, jan. 1609

e. Maike Wagenaers, sept. 1610, van Dordrecht wonende in “de Drie Moren” (1630), trouwde NG Dordrecht 3 febr. 1630 (ondertrouw) Dionysius Emhart, weduwnaar van Ladenburgh, wonende te Dordrecht (1630)

f. Thomas, jan. 1612

g. Susanna, dec. 1613

h. Guilliaem, mrt. 1616

ex 2:

i. Johanna Wagenaers, geboren naar schatting ca. 1620

22 nov. 1665: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Johanna Wagenaers, opgemaakt op verzoek van Cornelis Wagenaers, en Philps de Graeff, als man van Johanna Wagenaers, voor zichzelf en namens de verdere erfgenamen van vaderszijde van Johanna Wagenaers, en van Abraham Huttenis, als man van Geertruijt Roerom, Matthijs van Nieuvelt, als man van Cornelia Roerom, en Coenraet van Keulen, als man van Cornelia van Liesvelt, voor zichzelf en namens de verdere erfgenamen van moederszijde van Johanna Wagenaers. Aan Maria Roerom komt toe een bedrag van 183 gl. 11 st., die zij aan wijlen Gouken Ariens, moeder van Anneken Wagenaers heeft geleend en die zij voor haar doodschulden heeft betaald. Op 28 nov. 1665 comp. Cornelis Wagenaers, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Marija Wagenaers, Philps de Graeff, als man van Anneken Wagenaers, voor zichzelf en namens Guilliam Wagenaers, zijn in het buitenland verblijvende zwager, Marija van de Poel, weduwe van Mattheus van Tricht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Damis van de Poel, en Jannetta Wagenaers, samen erfgenamen ab intestato van vaderszijde van Johanna Wagenaers, hun tante, en Coenraet van Ceulen, als man van Cornelia van Liesvelt, voor zichzelf en namens Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Heijblom, als man van Ermken Op de Camp, dochter van Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Huttenis, als man van Geertruij Roerom, Mathijs van Nieuvelt, als man van Cornelia van Liesvelt [sic] en namens Willem, Marija, Gouda en Lijsbeth Roerom, kinderen van wijlen Geertruijt van Liesvelt, en Abraham Huttenis nog als procuratie hebbende van doctor Willem Pieso en Marija Pieso, kinderen van wijlen Cornelia van Liesvelt, Johannes Everts en Gerrit Ruwel, als man van Adriana Everts, kinderen van Maeijken van Liesvelt, samen erfgenamen ab intestato van moederszijde van Janneken Wagenaers. De comparanten verklaren hun aandeel in de erfenis van Janneken Wagenaers, resp. hun tante en nicht, ontvangen te hebben. (ONA Dordrecht inv. 196, f. 536)

II. Johannes Wagenaers, gedoopt NG Dordrecht nov. 1605, jongman van Dordrecht wonende te Dordrecht (1628), weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Botgensstraat (1650), kruidenier, koopman, trouwde 1e NG Dordrecht 26 nov. 1628 (ondertrouw, proclamatie te Leiden) Anneken Cornelisdr. van Dijck, van Breda wonende te Dordrecht (1628), 2e NG Dordrecht 7/20 nov. 1650 Jannichge Jans, weduwe van Dordrecht, wonende bij de Botgensstraat (1650), trouwde 1e Cornelis Damman

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelis Wagenaar, okt. 1634, volgt III

b. Jannette Wagenaers, nov. 1636, trouwde 18 okt. 1654 Damis Jacobsz. van de Poel

10 febr. 1662: verklaring door Philippus van de Graeff, Damus Jacobsz. van de Poel, Annetien Wagenaars en Jannette Wagemakers [sic], burgers van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 293, f. 415)

2 okt. 1680: testamen van Barbera van Tricht, weduwe van ds. Wilhelmus van der Poel, predikant te Streefkerk, ziek in een stoel zittende. Zij wenst naast haar man in Streefkerk te worden begraven. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan Jannetta Wagenaars, weduwe van Damas van der Poel, een bedrag van 2000 gl., en aan Maria Wagenaars, de vrouw van ds. Theodorus van Steen, predikant in Fijnaart, een bedrag van 500 gl., alsmede haar grootste stuk schilderij, zijnde een landschap. Zij prelegateert aan Govert Leniers, zeilmaker en burger van Dordrecht, haar neef, een somma van 1000 gl., waarvan hij alleen het vruchtgebruik zal hebben en de eigendom zal komen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan aan haar erfgenamen ab intestato. Zij prelegateert aan haar neef Matthijs Bacx, koopman en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., aan de kinderen van Catharina Hinckelius, halfzuster van haar overleden man, een somma van 1200 gl., waarvan Catharina alleen het vruchtgebruik zal hebben, aan de kinderen van haar nicht Maria van Tricht, de vrouw van Adriaen van de Schepper, 600 gl., aan de kinderen van haar broer Johannes van Tricht een bedrag van 600 gl. en aan de kinderen van haar broer Mattheus van Tricht een bedrag van 600 gl. Al haar overige na te laten goederen maakt zij aan haar erfgenamen ab intestato. Tot haar executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar neven Matthijs Bacx en Adriaen Heckenhoeck, notaris te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 241, f. 242)

18 juni 1698: testeert Berbera van Tricht, weduwe van ds. Guilhelmus van der Poel, predikant te Streefkerk. Zij wenst begraven te worden in het graf van haar man in Streefkerk. Zij prelegateert aan Marija van Tricht, vrouw van Adriaen van de Schepper, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen haar gouden ketting, vijf dik om de hals, aan Marija Paradijs, de vrouw van Matthijs Bacx, haar nicht, haar 13 paarse trijpen stoelen, alsmede de portretten van haar en haar man, aan Marija Wagenaers, de vrouw van ds. Theodorus van der Steen, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, een landschap, dat in de keuken van haar huis hangt. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan de huisarmen te Streefkerk 50 gl., aan haar dienstmaagd Marija van Merckesteijn een bedrag van 100 gl. en een dubbele rouw, aan Guilliam van der Poel, de neef van haar man een bedrag van 300 gl., aan haar erfgenamen ab intestato een bedrag van 500 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Marija van Tricht, de vrouw van Adriaen van de Schepper, dochter van haar overleden broer Govaert van Tricht, of bij vooroverlijden haar kinderen voor een vijfde part, de kinderen van haar overleden zuster Aeltgen van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs, of bij vooroverlijden hun kindere voor een vijfde part, de kinderen van haar overleden zuster Catherijna van Tricht, weduwe van Isaack Leijniers, of bij vooroverlijden hun kinderen voor een vijfde part, de kinderen van Jan van Tricht, haar overleden broer, of bij vooroverlijden hun kinderen voor een vijfde part en de kinderen van haar overleden broer Mattheus van Tricht of bij vooroverlijden hun kinderen voor een vijfde part. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Matthijs Bacx, Adriaen van de Schepper en Jacobus van Tricht, resp. haar aangetrouwde neven en neef. (ONA Dordrecht inv. 194, f. 421)

c. Gilliam Wagenaers, sept. 1638

d. Maria Wagenaers, jan. 1641, trouwde ds. Theordorus van der Steen, predikant in Fijnaart

4 juli 1690: ds. Theodorus van Steen, predikant in Fijnaart, als man van Maria Wagenaer, verkoopt aan Johannis van Limburg, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 590 gl. een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrick van der Pijpen en dat van [NN] van Cleeff mr. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1632, f. 108v)

e. Anneke Wagenaer, trouwde Phillippus van de Graeff

III. Cornelis Wagenaers, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634, trouwde 8 sept. 1665 Rosetta de Bel, gedoopt NG Dordrecht mei 1641, dochter van Bartholomeus de Bel en Margrieta Huttenus

20 nov. 1671: testament van Margriet Huttenus, thans echtgenote van Maarten Adriaensz. van der Cade, burgere van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij prelegateert aan haar dochter Marija de Bel, “ten opsichte hij haer gesicht niet wel en heeft”, een somma van 500 gl., boven de 300 gl., die haar overleden eerste man aan zijn dochter heeft gemaakt. Voorwaarde daarbij is, dat wanneer haar dochter voor zij gaat trouwen en zonder kinderen na te laten komt te overlijden, die 500 gl. moet komen aan haar overige kinderen. De testatrice prelegateert aan haar dochter Marija de Bel de helft van haar gouden kettingen. De wederhelft daarvan prelegateert zij aan haar dochter Warnaedina de Bel, alsmede een koker met twee mesjes met zilveren heften. Aan haar zoon Bartholomeus de Bel prelegateert zij een gouden klauwring met een “diamant taeffel”, aan haar zoon Aelbertus de Bel haar gouden hoepring en een klein ringetje met een steentje erin, en aan Warnaert de Bel, haar jongste zoon, een goede ring met een puntdiamant. Aan haar voornoemde vijf kinderen prelegateert zij elk een dozijn servetten met een tafellaken “vande beste”. Aan haar zoon Hendrick de Bel prelegateert zij een gouden strik met een parel in het midden, een twaalftal servetten en een tafellaken. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen Rosetta de Bel, Hendrick de Bel, Marija de Bel, Warnaedina de Bel, Bartholomeus de Bel, Albertus de Bel en Warnaerd de Bel of bij vooroverlijden hun kinderen. Rosetta moet eerst in de boedel inbrengen de som geld, waarvoor zij, testatrice, borg is geworden voor Cornelis Wagenaer, de man van Rosetta, of hetgeen zij of haar erfgenamen dienaangaande zullen moeten betalen. Hendrick de Bel moet eerst in de boedel inbrengen een somma van 800 gl., die de testatrice aan hem heeft geleend “tot het doen van sijne coopmanschappe”. Als één van haar kinderen mondig wordt of gaat trouwen, moet hun een bedrag van 500 gl. uitgekeerd worden, boven de 300 gl., die haar overleden man aan elk van hen heeft gemaakt. Tot voogden benoemt zij Willem Raeloff, haar “swager”, en Matthijs van Aelsem, haar aangetrouwde neef. (ONA Dordrecht inv. 183, f. 306)

Kinderen:

a. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1666

b. Bartholomeus, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1668