Literatuur:
A. Balm, E. Delwel, J. W. Boezeman, De Wolwevershaven. Een historisch overzicht. (Dordrecht 2025)
“Op 20 december 1646 kocht [de uit Leiden afkomstige Philips Opde Beeck] … aan de Wolwevershaven een perceel waar hij een groot huis liet bouwen. Philips zette zijn huis neer op de plaats waar nu het “Huis de Meerminnen” (Wolwevershaven 21) staat. Hij liet het bouwen in de toen populaire “Hollandse Renaissance-stijl”, compleet met hoge trapgevel en kruisvensters. Het huis had een gecombineerde functie. Op de begane grond de bedrijfsruimte, waar de wol werd gesponnen en drie weefgetouwen stonden. Van de Dordtse stadsregering mochten de eindproducten zelfs direct vanuit het huis aan de klanten worden verkocht. Opde Beeck woonde met zijn gezin (en leerlingen) in de vertrekken erboven. … Op 7 mei 1661 verkocht Opde Beeck het pand aan wolwever Wijnant Pelsser. … In 1740 kwam het pand in handen van Pieter Vermaesen, waarna het de functie van wolweverij verloor. Het pand werd verbouwd tot een exclusieve patriciërswoning. Vermaesen was een Dordtse koopman, die de Hollandse Renaissance-gevel grondig verbouwde naar de destijds moderne Franse Lodewijk XIV-stijl, te herkennen aan de indeling van de gevel en de bijbehorende ornamentiek (versieringen). … In deze gevel zijn twee houten vrouwenbeelden opgenomen, kariatiden genaamd. … In de gevel van Wolwevershaven 21 houden twee van deze kariatiden … gracieus een boog omhoog op de eerste verdieping. Niet alleen de buitenkant van het huis onderging een gedaanteverandering, maar ook binnen veranderde er veel. Het absolute hoogtepunt van de verbouwing was de Maaskamer aan de achterzijde van het pand. Deze kamer beschikt over een rijkversierde schouw met een hoge marmeren mantel en een verfijnde wandbetimmering. … Vanuit deze kamer kijk je uit over de Oude Maas. In 1978 werd het monumentale pand gekocht door Willem Otten. Hij gaf het gebouw de naam “De Meerminnen”, vanwege de vrouwelijke meerminachtige uitdrukking van de kariatiden. Om het vrouwelijke nog meer te accentueren … schilderde [Otten] de lipjes van de dames rood. Maar om gedoe met monumentenzorg te voorkomen heeft hij dat later weer verwijderd.”
(Henk Mesman, Van een weverij tot het elegante “Huis de Meerminnen”, (Dordrecht Centraal 9 sept. 2026)


ORA Dordrecht inv. 1611, f. 155: op 20 dec. 1646 verkoopt dr. Cornelis van Someren, als thesaurier van Dordrecht, aan Philips Opde Beeck een erf op de Drappierskade, zijnde het derde erf, liggende tussen het tweede erf, gekocht door Jan Eswiller, en het vierde erf, gekocht door Jan de Bruijn, zoals het erf door de koper bebouwd is.
ORA Dordrecht inv. 1619, f. 27v: op 7 mei 1661 verkoopt Philips Opde Beeck, koopman en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Wijnant Pelsser, drappier en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade , staande tussen het huis van Jan Eswiller en dat van de erfgenamen van Jan de Bruijn, strekkende van de straat tot achter aan de muur van de rivier. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.
NG trouwboek Dordrecht 20 aug. 1673: Wijnant Pelser drapier weduwnaar uit het Land van Limburg wonende op de Drappierskade en Geertruijd van den Branden weduwe van Lauwrens de Graaff wonende op de Lindengracht, getrouwd 5 sept. 1673
ONA Dordrecht inv. 185, f. 3 e.v.: op 19 jan. 1674 testeren Wijnant Pelsser, drappier en verver, en zijn vrouw Geertruijt van den Brande, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden. De goederen, die de langstlevende zal nalaten, zullen verdeeld moeten worden in twee gelijke porties onder de erfgenamen ab intestato van de testateur en die van de testatrice, of degenen, die zij, testateuren, als erfgenamen zullen benoemen.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 93: op 1 mei 1708 verkopen Pieter van den Branden mr. chirurgijn en Adriaan Cok, mr. kleermaker te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Wijnand Pelsert, koopman te Dordrecht, voor 1625 gl. aan Nicolaas Kool [koopman] en Johannes Gront [bakker] in comp. een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Matthijs Toussain en dat van de weduwe van Abraham van Ratingen.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 66v: op 10 dec. 1715 verkoopt Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, een pakhuis met wijnkelder en drie zolders, staande op de Drappiershaven tussen het pakhuis van Govert Braats en dat van Hubert Borret.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 141v: op 17 febr. 1722 verkoopt Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 2300 gl. aan Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Matthijs Dusaar en dat van Mattijs Toussijn.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 185: op 3 mei 1740 verkoopt Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Pieter Vermaesen, koopman te Dordrecht, [rijdende commies van de konvooien en licnten, afkomstig uit Vught], een huis op de Drappiershaven, strekkende van de straat tot achter aan de rivier, staande tussen het huis van Hubert du Sart en dat van Matthijs Toussain.
“Begin 1741 verzocht Vermaesen [aan de burgemeester]… vergunning tot het aanbouwen van een bordes op de Drappiershaven vanwege de steeds terugkerende overlast van hoog water en om aan rivierzijde de koepel, ook wel Maaskamer genaamd, te vervangen” [door een bredere en nieuwe koepel.](De Wolweverhaven, o.c., p. 62)
Vermaesen overleed te Vught op 9 aug. 1745. (idem, p. 62)
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 255v: op 14 sept. 1784 verkoopt Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna Elizabeth de Mist, beiden wonende te Dordrecht, voor 13.700 gl. aan mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht en oud-burgemeester van Dordrecht, een huis op de Drappierskade,
Voor de volgende eigenaren van dit huis zie De Wolwevershaven, o.c., p. 65)